Hoe thee de verspreiding van de Islam (en andere culturen) in beeld brengt – Mike de Booij

Afb. 1, Thee bij de lunch, zoals het hoort

Afb. 1, Thee bij de lunch, zoals het hoort

 

MikeAlhoewel de Zijderoute vooral bekend staat vanwege de handel in zijde, speelde het ook een belangrijke rol bij de verspreiding van andere goederen en gedachtegoed. Twee van de belangrijkste voorbeelden hiervan zijn thee en de Islam. Ook in het hedendaagse Centraal Azië zijn Thee en de Islam onlosmakelijk verbonden met de lokale cultuur.

Ook kan thee, en dan voornamelijk het theeservies (afb. 2), een goede indicatie zijn van de cultuur die aanwezig is in een bepaalde regio. Vooral in het Centraal Aziatische gebied kan dit een goede indicatie zijn van de daar aanwezige cultuur. Dit kan van belang zijn door de verschillende invloeden die een rol spelen/hebben gespeeld in deze regio.

Afb. 2, Meerdere varianten Centraal Aziatisch theeservies

Afb. 2, Meerdere varianten Centraal Aziatisch theeservies

In Zuid-Kazachstan en Oezbekistaanse hebben ze hun eigen traditionele theepot (afb. 3). Deze theepot is een eigen variant op de traditionele theepot zoals die vanuit China over de hele wereld is verspreid. De versieringen op deze theepotten bevatten vaak een combinatie van Arabische en Chinese invloeden en bevat over het algemeen een combinatie van de kleuren blauw en wit, en bladgoud.

Afb. 3, Oezbekistaans theeservies

Afb. 3, Oezbekistaans theeservies

Naast het tegenwoordige gebruik van deze eigen variant op de theepot, werd er ook vaak gebruik gemaakt van de Islamitische/Arabische theepot. Deze theepot (afb. 4) is groter dan de Traditionele theepot (en daarmee ook onhandiger) en is qua versieringen en decoraties ook imposanter dan de standaard Oezbekistaanse en Kazakse theepotten. Alhoewel deze theepot nog amper word gebruikt als theepot in de huidige theecultuur is hij, net als vele andere Islamitische symbolen, nog altijd zichtbaar op veel plaatsen als decoratie. Buiten het feit dat de Arabische theepot zich zeer goed leent als decoratiemiddel vanwege zijn imposante verschijning en vaak gedetailleerde afwerking, toont dit ook de trots die men nog steeds voelt voor cultuur en het verleden van hun land.

Afb. 4, Arabisch/Islamitische theepot

Afb. 4, Arabisch/Islamitische theepot

De theecultuur en het bijbehorende servies in Kyrgyzstan is totaal anders dan die in Oezbekistan of Kazachstan. Waar in vooral Oezbekistan het Religieuze/Islamitische aspect van het theedrinken nog veelal zichtbaar is, is diezelfde Islamitische invloed op het theeservies in Kyrgyzstan haast onzichtbaar. In Kyrgyzstan mengen ze, in ieder geval in de meer Nomadische yurt kampen, vaak het warme water pas met de thee in het kopje, niet in een pot. Mogelijk heeft dit te maken met het nomadische bestaan en de breekbaarheid van porseleinen theeservies.

In een meer gesettelde omgeving word er door de lokale Kyrgyzstaanse bevolking vaak nog een Samovar gebruikt (afb. 5). De Samovar is eigenlijk een grote waterkoker waar vaak een geconcentreerd thee extract aan wordt gehangen zodat er thee mee kan worden gezet. Echter wordt ook op deze manier de thee nog steeds buiten de pot gebrouwd. De Samovar is van origine een Russisch/Turks gebruik en is waarschijnlijk een restant van de Russische cultuur, een overblijfsel van de Sovjet overheersing die ook aanwezig was in Oezbekistan en Kazachstan. Echter, aangezien sommige delen van Kyrgyzstan nog steeds met enige trots terug denkt aan hun Sovjet periode, is de Samovar (nog steeds) een goede afspiegeling van de hedendaagse cultuur.

Afb. 5,  Een Samovar

Afb. 5, Een Samovar

Als men het hedendaagse theeservies vergelijkt met de hedendaagse cultuur in Centraal Azië blijkt al snel dat de theecultuur en de bijbehorende artefacten de mogelijkheid heeft een goede weergave te zijn van de daar aanwezige culturele situatie. Dit is echter enkel mogelijk door het belang van thee en theedrinken in deze regio. Doordat het drinken van thee een prominente rol aanneemt binnen de daar aanwezige cultuur, zullen nieuwe culturele invloeden ook sneller worden doorgevoerd binnen deze traditie.

 

De muziek in Samarkand en verder – Vera Tolstoj

VeraAlexander de Grote had gelijk toen hij zei dat alles wat hij gehoord had over Samarkand (voor de Grieken Marakanda) waar was, behalve dat het veel mooier was dan hij het zich had voorgesteld. De stad heeft een sprookjesachtige charme, en lijkt met haar lemen huizen en turkooizen koepels op een decor uit Duizend-en-een-nacht. Het centrum – het gebied rondom de belangrijkste monumenten – is een aantal jaren geleden opgeknapt en wordt bijna krampachtig schoongehouden. Als in een theater wordt het podiumdecor op een ontroerende manier op zijn best gepresenteerd: overal zijn oude vrouwtjes in de weer om het gras bij te houden (hetgeen ze met een normale huis-tuin-en-keukenschaar doen) en de stoep wordt dagelijks met emmers sop geboend. Achter dit toneel bevinden zich echter de coulissen: enerzijds een treurige, bijna dorpse armoede met kapotte wegen en huizen; anderzijds een aaneenschakeling van Sovjetnostalgie, maar ondanks deze enigszins deprimerende sfeer klinkt er overal muziek.

Shah-i-Zinda, de straat van mausolea, naar mijn mening de mooiste plek van Samarkand

Shah-i-Zinda, de straat van mausolea, naar mijn mening de mooiste plek van Samarkand

Aangezien ons hotel zich op een steenworp afstand bevond van het Registan (het belangrijkste monument) beperkten wij ons tot het decor. Hier was het dan ook dat ik, op weg naar een museum, op een houtgesneden podium drie jonge muzikanten ontdekte. De jongens – Alisher, Abdurazzog en Dilmurod – begin twintig, speelden traditionele muziek op hedendaagse instrumenten: een elektrische gitaar, basgitaar en viool. Ze wonen in Tasjkent en studeren daar aan het conservatorium. In de zomermaanden verdienen ze bij in Samarkand door voor toeristen in het restaurant van hun baas te spelen. Na kort aandringen wisselden ze hun standaard repertoire (de Beatles, Besame Mucho, en bekende Oezbeekse volksmuziek) in voor een aantal traditionele melodieën waarvan sommigen (volgens hen) uit de tijd van de Zijderoute stamden. Na het optreden namen ze ons mee naar een muziekwinkel waar ze ons de muziek en instrumenten van de regio lieten zien.

De traditionele muziek is in Centraal-Azië overal aanwezig, niet alleen wordt het door de oudere bevolking op straat gespeeld (zowel op de radio als eigenhandig op een instrument), ook de jongere generaties luisteren ernaar. De meest voorkomende instrumenten in Kazakhstan, Kirgizië en Oezbekistan zijn snaarinstrumenten, die op vrijwel iedere straathoek in de toeristische centra te koop zijn. Het is vooral interessant te zien hoe de luit – het populairste instrument – verschilt per land. In Kazakhstan bespeelt men de dombra, een tweesnarige luit met een lange hals. In Oezbekistan zag ik vaak de tanbur, die erg op de dombra lijkt – ook met twee snaren en een lange hals – maar anders wordt gebouwd en een iets andere vorm heeft. Het nationale instrument van Kirgizië is de komuz, een licht peervormige luit met drie snaren en een lange hals. Het leek (vooral in Kirgizië en Kazakhstan) of iedereen de luit bespeelde: zowel kinderen als ouderen, mannen als vrouwen. In de Hermitage is momenteel een dombra te zien die ik heb meegenomen uit Kazakhstan. Ik liep ermee over straat en werd voortdurend aangehouden door mensen die de luit wilden bespelen. Toen zelfs de strenge douanebeambte op de grens het instrument oppakte en er op begon te spelen, terwijl de agenten eromheen meeneurieden, besefte ik me hoezeer de muziek is ingebed in de culturen van deze regio’s en hoe één instrument de verschillende volken van dit gebied met elkaar verbindt.

V.l.n.r.: de Kazakhse dombra, de Oezbeekse tanbur en de Kirgizische komuz

V.l.n.r.: de Kazakhse dombra, de Oezbeekse tanbur en de Kirgizische komuz

Zie in de link een filmpje om de verschillen tussen de komuz en de dombra te horen. https://www.youtube.com/watch?v=2-yiVyD0wFE

De herinneringen aan de Zijderoute in Bukhara – Rens Bravenboer

RensInmiddels zijn we al over de helft van onze reis en hebben we naast Almaty, Shymkent, Tashkent en Samarkand ook enkele dagen doorgebracht in Bukhara. Deze stad midden in Oezbekistan heeft niet meer de rol die ze tijdens voorgaande eeuwen had. De functie als belangrijke regionale handelsplaats is verloren gegaan. Ook het uiterlijk van de stad en haar omgeving is veranderd. De oasestad van vroeger is steeds meer gaan lijken op een woestijnstad, vanwege een gebrekkige watertoevoer. Het stof en de hitte laten niet blijken dat de stad vroeger een geliefde stop was voor reizigers. De geschiedenis van Bukhara op de Zijderoute lijkt vergane glorie te zijn.

Fig. 1 – De Mir-i-Arab madrassa in Bukhara, zestiende eeuw

Fig. 1 – De Mir-i-Arab madrassa in Bukhara, zestiende eeuw

Echter, de herinnering aan de Zijderoute is nog springlevend in Bukhara. Een bezoek aan het oude deel van de stad maakt dit direct duidelijk. Het hostel waar we verbleven, ligt vlakbij het oude centrum van Bukhara. Grote delen hiervan stammen uit de zestiende en zeventiende eeuw. De vijftiende en zestiende eeuwse madrassa’s en moskeeën met hun blauwe koepels en grote poorten doen denken aan Samarkand (fig. 1). Bukhara heeft echter veel meer dan alleen deze monumenten. Een voorbeeld is de Kalon minaret, daterend uit 1127. Bovendien is er de Ark, een deel van de stad dat versterkt was met grote muren en al bewoond werd vanaf de vijfde eeuw voor Christus. Bukhara is niet alleen een van de belangrijkste, maar ook een van de oudste steden in Centraal Azië.

De geschiedenis van Bukhara als Zijderoute stad wordt misschien nog beter vertegenwoordigd door de drie overdekte bazaars (fig. 2). Deze oude gebouwen bestaan uit een of meerdere koepels die over een kruispunt gebouwd zijn. Hoewel het de stad vroeger veel meer bazaars kende, doen de drie zijn overgebleven herinneringen opkomen aan het grote handelsverleden van de stad. Dit wordt versterkt door de vele toeristische winkels en kraampjes waar allerlei spullen verkocht worden, van zijde tot keramiek en van sieraden tot specerijen.

Fig. 2 – Panorama foto vanuit het midden van Taki-Zargaron bazaar

Fig. 2 – Panorama foto vanuit het midden van Taki-Zargaron bazaar

Een deel van de producten die verkocht worden zijn handgemaakt in Bukhara of omgeving. In de werkplaatsen, verspreid over de stad, wordt nog steeds zijde geweven, metaal bewerkt, sieraden gemaakt en allerlei andere ambachten worden uitgeoefend (fig. 3). De overblijfselen van het verleden zijn ook hierin terug te vinden. De verkoop van de producten toont vervolgens ook de handelsgeest in Bukhara, waar afdingen op de vraagprijs onderdeel is van het (ver)koopproces. Overigens geldt dit ook voor de rest van Oezbekistan en Centraal Azië. Zonder af te dingen ben je geen volwaardige handelspartner en betaal je bovendien onnodig veel. Waarschijnlijk heeft dit cultuurelement zijn wortels in de handel langs de Zijderoute die in het verleden zo belangrijk was.

Fig. 3 – Zijdeweverij

Fig. 3 – Zijdeweverij

De Zijderoute is niet alleen in de cultuur en architectuur van Bukhara terug te zien. De naam ‘Silk Road’ komt regelmatig voor op producten, reclames of in bedrijfsnamen. Op veel plekken zijn shirts te vinden met een verwijzing naar het verleden van Bukhara op de Zijderoute. Vaak gaat het om afbeeldingen van kamelen of monumenten (fig. 4). Een ander voorbeeld is het Silk Road Teahouse. Merkwaardig genoeg wordt in musea vrijwel alleen indirect naar de Zijderoute gewezen. Tot op dit moment heb ik geen museum kunnen vinden waar (een deel van) de tentoonstelling de Zijderoute als onderwerp had.

Fig 4 – De presentatie van de Zijderoute op kleding

Fig 4 – De presentatie van de Zijderoute op kleding

De herinnering aan de Zijderoute is nog sterk aanwezig in Bukhara. Niet alleen de monumenten, maar het hele centrum van de oude stad wijst de bezoeker op het grote verleden van deze plaats. De bazaars, de onderhandelingen, de producten, namen en gebouwen verwijzen heel vaak op hun eigen manier naar de ‘Great Silk Road’. Voor iedereen die geïnteresseerd is in de Zijderoute is een bezoek aan de stad de moeite waard!

De dieren onderweg – Janine van Noorden

1959786_288032058015080_225123579_nInmiddels zijn we al door Kazachstan en Oezbekistan gereisd en hebben we de steden Almaty, Shymkent, Tashkent en Samarkand, en de vele landschappen er tussen kunnen verkennen. In deze regio’s heb ik de dieren van de Zijderoute en hun betekenis voor de mens mogen onderzoeken. Ik ben veel voorbeelden tegen gekomen over hoe de dieren tijdens de Zijderoute zijn gebruikt en hoe dezelfde dieren nog steeds functioneren in het dagelijkse leven. Allereerst zal ik voorbeelden uit de tijd van de Zijderoute behandelen, vervolgens zullen voorbeelden uit de moderne wereld aan bod komen.

Tijdens de Zijderoute speelden de dieren een belangrijke rol, ten slotte maakten ze de handel mogelijk als pak-, of rijdier. Naast deze functies hadden de dieren nog andere functies. Resten van dieren werden namelijk gebruikt voor spelletjes, muziekinstrumenten, voor het schrift en als onderdeel van de religie. Als onderdeel van een spelletje waren vaak knokkels van dierenresten gebruikt.

DSC04459

Botjes van de enkels van geiten en schapen die gebruikt werden voor een spelletje

Dit spelletje is wijd verspreid over de wereld en werd ook in Nederland gespeeld. Daarnaast stelde het museum van Almaty een “brainteaser” tentoon, gemaakt van een schaap/geitbot.

De brainteaser is gemaakt van het spaakbeen en de ellepijp van een schaap of geit

De brainteaser is gemaakt van het spaakbeen en de ellepijp van een schaap of geit

Daarnaast vormt dierlijk materiaal vaak een grondstof voor muziekinstrumenten. In Almaty werden beschilderde percussie instrumenten tentoongesteld, gemaakt van paardenhoeven.

Percussieinstrument van beschilderde paardenhoeven

Percussieinstrument van beschilderde paardenhoeven

Ook fluiten gemaakt van de hoornen van geiten werden tentoongesteld. Daarnaast werd het schouderblad van een rund, maar wellicht ook van andere dieren gebruikt als schrijftablet.

Het schouderblad van een rund

Het schouderblad van een rund

Het laatste relevante object in Almaty was een beschilderde geiten- of schapenschedel waarop de ziekte van de kudde symbolisch was overgebracht met het doel de ziekte te genezen van de rest van de kudde.

De achterste schedel is een beschilderde geiten of schapenschedel

De achterste schedel is een beschilderde geiten of schapenschedel

In Samarkand kregen we een rondleiding in het Instituut van Archeologie van Oezbekistan en het aangehechte museum. In het museum veel kleine beeldjes van paartjes tentoongesteld. Deze dienden als speelgoed en zijn tijdens een opgraving van een huis van de 11e eeuw gevonden.

 

Tegenwoordig worden de dieren van de Zijderoute veel terug gezien. Bijvoorbeeld het loopritme van paarden en kamelen vormt de basis voor het ritme van de oude en hedendaagse poëzie. Daarnaast zijn standbeelden van kamelen vaak verwerkt in het straatbeeld als standbeelden of zelfs vuilnisbakken.

DSC04658

Beide kamelen staan in Almaty

DSC_0668

Ook zijn er kamelen afgebeeld op het Kazachs geld.

1000 Tenge, geld uit Kazachstan

1000 Tenge, geld uit Kazachstan

Daarnaast wordt er veel vlees gegeten in Centraal-Azië, en vooral paardenvlees is een delicatesse. Dit in tegenstelling tot Nederland, waar paardenvlees niet gegeten wordt. Ten slotte worden in Oezbekistan nog steeds ezels gebruikt als trekdieren.

De muziekinstrumenten uit Airtam – Vera Tolstoj

VeraWie de tentoonstelling in de Hermitage heeft bezocht, zal waarschijnlijk op de tweede verdieping een grote zandstenen tempeldecoratie hebben gezien (cat. no. 171).  Dit is één helft van een beeldhouwwerk wat bestaat uit acht blokken, en ook wel bekend staat als Ajrtamskij Friz of het Airtam Fries. De reliëfs zijn afkomstig uit Noord-Bactrië, en zijn gevonden in Airtam, een kleine site op de rechteroever van de rivier Amu-Darja, niet ver van de stad Termez (in het Zuidoosten van Oezbekistan) en decoreerden eens de ingang van een Boeddhistisch heiligdom. Lange tijd is er discussie geweest over de interpretatie en datering van het sculptuur: in de tentoonstelling wordt er van een fries gesproken, terwijl er ook veel aanhangers zijn voor de theorie dat de blokken als kapitelen de weerszijden van de ingang van een Boeddhistische heiligdom versierd hebben. De reliëfs worden op grond van verschillende theorieën in de 2de - 1ste eeuw voor Chr. en in de 1ste – 3de eeuw na Chr. gedateerd. Ik hou me afzijdig van deze discussie, en zal me concentreren op wat er daadwerkelijk wordt afgebeeld.

1

In het sculptuur zien we verschillende culturele en artistieke stijlen: op het eerste gezicht doen de reliëfs onmiddellijk denken aan een antieke Grieks-Romeinse tempeldecoratie, maar we zien ook elementen uit de Gandhārische, Boeddhistische en Centraal-Aziatische artistieke tradities terug, hetgeen door de jaren heen de interesse van veel archeologen en (kunst)historici heeft getrokken. Het reliëf is niet alleen stilistisch gezien een duidelijke mengeling  van de vele beschavingen die met elkaar in aanraking kwamen, ook de voorstelling zelf is een levendig bewijs van de culturele interacties van de Zijderoute. Op het sculptuur staan in hoogreliëf menselijke halffiguren afgebeeld tegen een achtergrond van acanthusbladeren; terwijl op de hoeken en uiteindes voluten zijn uitgehakt. De blokken die te zien zijn in de Hermitage zijn gedecoreerd met zeven figuren (in totaal zijn het er veertien), waarvan er vijf muziekinstrumenten vasthouden. Sergey Ol’denburg, een Russische oriëntalist die vele expedities naar de Zijderoute leidde, suggereerde dat deze muzikanten de “vijf grote klanken” (pañcamahāśabda) van de Indiase mythologie uitbeelden. Eén van de twee overige figuren houdt een drinkschaal op met de rechterhand, de linkerarm ontbreekt. Omdat de laatste buste zwaar beschadigd is, is het onmogelijk te zien wat deze figuur vasthield (volgens verschillende theorieën was dit een vaandel- of guirlandedrager). Van het hoekblok tot de figuur met de ontbrekende armen, hebben we dus de volgende sequentie:

  • Vrouwelijke figuur met dubbele hobo (hoekblok);
  • (Vrouwelijke?) figuur met tontrommel;
  • (Vrouwelijke?) figuur met korte luit;
  • (Vrouwelijke?) figuur met een verticale hoekharp;
  • (Vrouwelijke?) figuur met bekkens;
  • Figuur die een drinkschaal vasthoudt;
  • Figuur, armen missen

De oorsprong van deze muziekinstrumenten kan in alle vier windstreken van de Zijderoute gevonden worden, daarom is het interessant om te onderzoeken of het Airtam Fries representatief is voor de verspreiding van muziekinstrumenten langs de Zijderoute. Om deze vraag te beantwoorden heb ik gezocht naar informatie over de vijf muziekinstrumenten en voor elk instrument parallellen gevonden. Hieronder ziet u een voorbeeld hiervan over de dubbele hobo. In de volgende blog zal ik de andere instrumenten van het Airtam Fries behandelen.

-          De dubbele hobo (fig. 1) wordt vaak en foutief een “dubbele fluit” genoemd. Het instrument bestaat uit twee pijpen van gelijke lengte, die alleen bij het mondstuk met elkaar verbonden zijn, en komt overeen met de Griekse aulos (fig. 2), die vanuit Phrygië (huidig Turkije) in Griekenland geïntroduceerd werd. Deze hobo wordt in Parthische context gevonden in de terracotta’s uit Seleucië aan de Tigris (huidig Irak) (afb. 3), in een stenen fries uit Hatra (huidig Irak) en op verschillende rhytons uit Nisa (huidig Turkmenistan). Op het Marsyasaltaar uit de Oxustempel in Takht-i Sangin (huidig Tadzjikistan) staat dit instrument ook afgebeeld, bespeeld  door een Silenusfiguur (fig. 4). In India vinden we een unieke voorstelling van de dubbele hobo uit Sāñchī, een reliëf op een stupa van een groep muzikanten in noordwesterse kledij. De dubbele hobo wordt vaak gevonden in Gandhārische kunst, en wordt veelal bespeeld door figuren van geringe betekenis, zoals eroten (fig. 5).

2

Islamitische invloeden als zichtbaar in de centraal Aziatische cultuur en in de Hermitage (ca. 700-1400 B.C) – Mike de Booij

Mike

De opkomst van de Islam, en hiermee ook de Islamitische cultuur, is een fenomeen dat duidelijk zichtbaar is in de gebieden rondom de zijderoute vanaf de 7e en 8e eeuw. Deze opkomst van de Islam is al snel zichtbaar in de lokale culturen rondom de zijderoute, zoals bijvoorbeeld de Perzische en Sogdische cultuur. Mede door de verspreiding van de Islamitisch cultuur in deze periode is de Islam tegenwoordig een van de meest voorkomende culturen in centraal-Azië. Desondanks bestaan veel authentieke centraal Aziatische tradities vandaag de dag nog steeds zoals zichtbaar in fig. 1.

Figuur 1, Turkmeens meisje in traditionele klederdracht voor een traditionele Yurt.

Figuur 1, Turkmeens meisje in traditionele klederdracht voor een traditionele Yurt.

Ook de opkomst van de Islamitische Arabieren kende enkele tegenslagen, zoals de Mongoolse veroveringen in de 13e eeuw. Ondanks het feit dat centraal Azië nu tijdelijk in handen was van de Mongolen bleef de invloed van de Islam groot en bleef zich verspreiden. Dit had mede te maken met het feit dat het verenigen van Centraal Azië onder een leider een hernieuwde impuls gaf aan de zijderoute

Deze opkomst en verspreiding van de Islam kan op vele verschillende archeologische en historische manieren worden waargenomen.  Voor deze weblog zal ik aan de hand van een casestudy met betrekking tot het schilderij van de Feestende kooplieden, zoals te zien in de hermitage, de Arabische  invloeden in centraal Aziatische schilderingen aan proberen te tonen.

 

Het schilderij

De Centraal Aziatische wandschilderingen  uit de Islamitische periode kunnen belangrijke indicatoren zijn met betrekking tot de invloed die de Islamitische cultuur had in Centraal Azië. Hier kunnen bijvoorbeeld verftechnieken, kledingstukken, tradities en andere indicatoren in zijn verwerkt die normaal gesproken enkel voorkomen binnen de Islamitische cultuur. Een goed voorbeeld hiervan is het schilderij van de feestende kooplieden (fig. 4) dat momenteel te zien is in de Hermitage. Dit schilderij komt uit een periode waarin de Islamitische cultuur pas net zijn intrede deed in Centraal Azië, namelijk het begin van de 8e eeuw.

Figuur 2, Schilderij van de feestende kooplieden

Figuur 2, Schilderij van de feestende kooplieden

De kooplieden op deze schildering dragen allemaal een stukje stof. Dit stukje stof is mogelijk overgenomen uit de Arabische cultuur en laat zien dat er zelfs toen al sprake was van culturele invloeden. Over deze stukjes stof werd eerst vermoed dat het buidels waren (vandaar dat de titel van het schilderij over kooplieden spreekt). Echter is dit stuk stof nog steeds aanwezig op de kleding van enkele rijke Centraal Aziaten te zien op foto’s uit het begin van de 20e eeuw(fig. 3). Hieruit kan worden opgemaakt dat het waarschijnlijk een modeverschijnsel was dat is overgenomen uit de Arabische contreien.

Figuur 3, Bureaucraat uit Bukhara met stuk textiel

Figuur 3, Bureaucraat uit Bukhara met stuk textiel

 

Conclusie

De invloed van de Islam is vaak goed zichtbaar op de centraal Aziatische schildering die momenteel in het westen te zien zijn. Op basis hiervan kan soms een goede inschatting gedaan worden met betrekking tot de Islamitische invloeden zichtbaar op het schilderij. Het is echter bij veel van deze schilderingen nog niet precies duidelijk wat sommige versieringen of accessoires precies inhouden. Soms kan er wel een goede schatting worden gedaan, echter betekend dit niet dat deze schatting correct is. Daarom zal ik in Centraal Azië ook kijken naar het gebruik van dit soort versieringen en accessoires in de moderne tijd en de rol die deze artefacten spelen in de samenleving.

Dierlijke motieven in de Hermitage – Janine van Noorden

1959786_288032058015080_225123579_nIn mijn onderzoek bekijk ik welke culturele betekenis de dieren voor de mensen in Centraal-Azië hebben gehad en nog steeds hebben. Om de culturele betekenis te kunnen achterhalen heb ik tijdens de onderzoeksweek in de Hermitage veel objecten met afbeeldingen van dieren bestudeerd en vergeleken met elkaar. Op deze manier heb ik verschillende motieven en symbolische betekenissen ontdekt.

Allereerst zal ik de motieven toelichten, vervolgens zal ik ingaan op de symbolische betekenis van dieren. Bij elk onderdeel zal ik toelichten hoe ik dit verder wil gaan toepassen in mijn onderzoek.

 

Motieven in de dierenwereld:

Ten eerste bevat het mondstuk van een Rhyton vaak normale of fabeldieren. Een Rhyton is een gebogen drinkhoorn met een kleine opening waaruit vaak wijn werd gedronken (fig. 1). Meestal werden ze gebruikt tijdens feestmaaltijden. Ze werden gemaakt van ivoor, edele metalen of klei en op de romp konden allerlei personages zijn uitgebeeld, soms verenigd in verhalende taferelen.  Het Hermitagemuseum te Amsterdam toont een kleien mondstuk van een drinkhoorn, waarop een stier is afgebeeld (fig. 2). Graag wil ik gaan onderzoeken waarom vooral dieren als mondstuk van een drinkhoorn worden gebruikt.

Figuur 1: Drie voorbeelden van een Rhyton

Figuur 1: Drie voorbeelden van een Rhyton

Figuur 2: Mondstuk van een Rhyton in de vorm van een stierenkop, Sodie, 6e-8e eeuw na Chr.

Figuur 2: Mondstuk van een Rhyton in de vorm van een stierenkop, Sodie, 6e-8e eeuw na Chr.

 

Daarnaast werden beeldjes van dieren vaak meegegeven als grafgift. Zoals de houten beeldjes van een stier, zeboe, paard, zwijn en twee ruiters op een paard (fig. 3), die gevonden zijn in de grafkelders van de oase Turfan. De wanden van de grafkamers waren beschilderd met scènes uit het leven van de begraven personen. Misschien dat de houten beeldjes net als de muurschilderingen gerelateerd zijn aan het leven van de overleden persoon. In volgende stap van mijn onderzoek zal ik dit gaan onderzoeken door me meer te verdiepen in het gebruik van dieren in grafrituelen.

Figuur 3: Verschillende houten beeldjes van dieren als grafgiften

Figuur 3: Verschillende houten beeldjes van dieren als grafgiften

Ook is me opgevallen dat er vaak aapjes als ruiter op de rug van kamelen worden afgebeeld (fig.4 en 5). Een theorie is dat deze aapjes een personificatie waren van de reizigers. In mijn onderzoek wil ik deze theorie onder de loop nemen.

4 aap als ruiter

Figuur 4: Een aapje als ruiter

5 aapjes als ruiter

Figuur 5: Twee aapjes als ruiters

De leeuw die een hert verscheurt is vanaf het eerste millennium v.Chr. een veel gebruikt motief onder de Iraanstalige volkeren. Dergelijke taferelen kwamen in de kunst van de oudheid voor bij zowel nomaden als sedentaire volken. Opmerkelijk hier is de weergave van de leeuw, met zijn kop driekwart gedraaid, terwijl zijn lichaam vrijwel exact en en profil is afgebeeld. Op dezelfde manier werden leeuwen ook wel weergeven op Sogdische muurschilderingen. In de Hermitage wordt dit motief onder andere afgebeeld op een schaal uit Sogdie (fig. 6). Ik ben benieuwd of de huidige volkeren in Centraal-Azië dit motief nog steeds gebruiken en wat hun motivatie hiervoor is.

Een schaal uit Sogdie

Figuur 6: Een schaal uit Sogdie

Een ander bekend motief onder de objecten in het Hermitage museum is eenden of andere vogels met guirlandes in hun bek. De dieren worden omlijst door decoratieve medaillons, omgeven door een parelsnoer. Dit motief staat bekend als het Sassanidische ornament en zijn imitaties van stofdessins die overal in het Oosten voorkwamen. Graag wil ik onderzoeken waarom nou juist vogels werden gebruikt voor dit motief en of deze motieven nog steeds toegepast worden in de huidige cultuur in Centraal-Azië. De aanwezigheid zou erop duiden dat de oude Zijderoute nog steeds aanwezig is in het huidige leven.

Figuur 7: Muurschildering in Kucha met de Sassanidische decoratie

Figuur 7: Muurschildering in Kucha met de Sassanidische decoratie

 

Symbolische betekenis:

Daarnaast heb ik veel geleerd over symbolische betekenissen van dieren. Zo symboliseren pauwen onsterfelijkheid en zijn de dieren een geliefd motief in de Vroegchristelijke wereld en Byzantium. Pauwen worden op verschillende objecten afgebeeld, waaronder een kroes (fig.). In Centraal-Azië wil ik graag gaan onderzoeken of de pauw nog steeds voor onsterfelijkheid staat. Dit zou een teken zijn dat de Zijderoute nog steeds veel invloed heeft op het huidige leven, immers de betekenis is ontleend uit het Christendom. Daarnaast ga ik in mijn onderzoek op zoek naar meer symbolische betekenissen van dieren.

Figuur 8: Een kroes gedecoreerd met pauwen

Figuur 8: Een kroes gedecoreerd met pauwen

Zilver op de Zijderoute: Chinese invloeden in Sogdische kunst – Rens Bravenboer

RensIntroductie

Tijdens het onderzoek in de Hermitage werd pas duidelijk hoezeer de objecten van de Zijderoute met elkaar in verbinding staan en de connecties tussen verschillende periodes of geografische regio’s aantonen. Centraal Aziatisch zilverwerk vertoonde zowel invloeden van buitenaf als continuïteit met stijlen uit eerdere periodes. Ik heb voornamelijk artefacten uit zevende- en achtste-eeuws Sogdië bestudeerd. Daarnaast heb ik deze vergeleken met voorwerpen uit andere tijden of plaatsen.

In mijn vorige blog (26-03-2014) heb ik de historische situatie tijdens de zevende en achtste eeuwen al kort beschreven. Door de expansie tijdens de vroege Tang dynastie (618 – 907) werd het contact tussen Centraal Azië en China frequenter en intenser. Intussen rukte vanuit het westen de Islam op, die later een grote invloed zouden hebben op de kunst en cultuur in Centraal Azië.

 

Veelzijdig zilverwerk

Het is interessant om te zien dat in de gevonden voorwerpen uit de genoemde periode allerlei stijlen zichtbaar zijn. De meeste zilveren voorwerpen uit Sogdië vertonen directe invloeden uit andere culturen. Sommige decoratieve aspecten waren al lang voor de zevende eeuw bekend in Sogdische zilverkunst. De grote lotus-vormige bladen lijken bijvoorbeeld hun oorsprong te hebben in de kunst van de Sassaniden (Perzisch koninkrijk, 224 – 651). In de tentoonstelling is de schaal met de gazelle (cat. 141 –  fig. 1) een duidelijk voorbeeld van de integratie van dit decoratieve element in de vormgeving van Sogdisch zilverwerk. De lotus-vormige bladen zijn gecombineerd en aangevuld met andere decoraties. Een andere Sassanidische versiering die op deze en soortgelijke schalen niet voorkomt, maar op andere objecten des te meer, is de parelcirkel. Dit is een cirkel die uit kleine rondjes bestaat en vaak gebruikt werd om de voet van bokalen te versieren. Verder werd het motief verwerkt in kleding, vaak met een dier in het midden. De zijden kaftan (cat. 195) is hiervan een voorbeeld.

Fig. 1: Schaal met afbeelding van een kropgazelle. Sogdië, 7e –8e eeuw. Catalogus, p. 207.

Fig. 1: Schaal met afbeelding van een kropgazelle. Sogdië, 7e –8e eeuw. Catalogus, p. 207.

Sogdië en andere streken in Centraal Azië kenden een lange geschiedenis van culturele uitwisseling met omliggende landen. Vanaf de zevende eeuw vertoonde Sogdisch zilver echter veel meer en vaker Chinese invloeden dan voorheen, veelal in decoratieve opzichten. In tegenovergestelde richting vonden Centraal Aziatische invloeden en objecten in veel groter mate en frequentie hun weg naar China. Hoewel het interessant zou zijn om een vergelijking te maken tussen de personen, objecten, vormen en motieven die in deze uitwisseling aan beide kanten een rol speelden, zal ik mij hier vooral beperken tot de zichtbare Chinese invloeden in Sogdisch zilverwerk. Aan de hand van verschillende objecten uit de tentoonstelling zal duidelijk gemaakt worden hoe deze toenemende Chinese invloed tot uiting kwam, als gevolg van de veranderende politieke en economische omstandigheden.

 

Chinese invloeden

Een van de Chinese elementen die in de versiering van zilveren objecten uit Sogdië vaak voorkomt, is een achtergrond van hele kleine puntjes (fig. 2). Deze spikkeltjes geven de objecten vaak een veel meer complexe en overdadige uitstraling. Een van de kroezen in de tentoonstelling (cat. 146) toont dit onderscheid doordat alleen de bovenste helft versierd is met deze puntjes. Het contrast kan bijna niet groter zijn in een voorwerp. Bovendien zouden de pauwen op de bovenrand afkomstig zijn uit Byzantijnse kunst en is de voet gedecoreerd met de hierboven genoemde parelcirkel. Dergelijke objecten laten goed zien dat invloeden van allerlei culturen samenkwamen in de Sogdische zilverbewerking van de zevende en achtste eeuw.

Fig. 2: Detail van een kroes die bewerkt is met de kenmerkende Chinese puntjes. (Foto: Mike de Booij)

Soms waren Chinese stijlen ronduit dominant in de decoratie van zilveren objecten. Twee voorbeelden zijn het olielampje (cat. 145) en de kroes met plantenornament (cat. 147 – fig. 3). De buitenkanten, en in het eerste geval zelfs de binnenkant, zijn volledig bedekt met een decoratie naar Chinese aard. Niet alleen zijn hier opnieuw de puntjes zichtbaar, ook de verfijnde plantvormen wijzen op invloed uit het oosten. Beide objecten zijn ook in andere opzichten interessant. Met name het verschil in de vorm valt op. Het olielampjes heeft een complexe vorm die van bovenaf iets weg heeft van een zeshoekige ster. De tuitjes worden afgewisseld met een gelijk aantal handvatten. De kroes daarentegen lijkt op het eerste gezicht een halve bol, maar vertoont van bovenaf eveneens een bijzondere vorm. Binnen de gelobde rand is een vorm van lotusbladeren zichtbaar die erg veel weg heeft van die op de schaal met gazelle (cat. 141). Dit toont het vakmanschap van de Sogdische zilversmeden. De versieringen bij de voet en handvatten vertonen ten slotte belangrijke overeenkomsten. De eerste toont weer de parelcirkel, terwijl de handvatten bovenop afgewerkt zijn met een zogenaamd palmet en aan de onderkant voorzien van een schildje. Dit laatste zou afkomstig kunnen zijn uit de Romeinse metaalbewerking. Vincent Boele, conservator in de Hermitage Amsterdam, stelde dit in een interview dat ik met hem had tijdens de onderzoeksweek. Hoewel ik hiervoor nog geen bewijs heb gevonden is het wel duidelijk dat dergelijke schildjes al voor deze periode en ook buiten Centraal Azië toegepast werden.

Fig. 3: Kroes met plantenornament. Sogdië, 8e eeuw. (Foto: Mike de Booij)

Fig. 3: Kroes met plantenornament. Sogdië, 8e eeuw. (Foto: Mike de Booij)

 

Correlatie en contrast

De Chinese invloeden in Centraal Aziatische kunst beperkten zich niet tot de zevende en achtste eeuwen, maar veranderden wel ten opzichte van eerder periodes. De kroes met de steenbokken (cat. 142) vertoont bijvoorbeeld de bekende Chinese puntdecoratie op de bovenrand. De vorm van het object gaat echter terug op Achaemenidische kroezen, net als de gouden kan uit Bactrië van de eerste eeuw voor of de eerste eeuw na Christus (cat. 167 – fig. 4). Op het gouden object zijn ook al Chinese invloeden zichtbaar, maar heel andere dan die op de zilveren kroes. Hier gaat het om de vogels en de planten, die hun oorsprong hebben in Chinese motieven.

Fig. 4: Gouden kan naar Achaemenidisch voorbeeld. Bactrië 1e eeuw v. Chr. – 1e eeuw n. Chr. (Foto: Mike de Booij)

Fig. 4: Gouden kan naar Achaemenidisch voorbeeld. Bactrië 1e eeuw v. Chr. – 1e eeuw n. Chr. (Foto: Mike de Booij)

Hoewel de uitwisseling tussen China en Centraal Azië dus niet beperkt was tot de door mij bestudeerde periode is het wel opmerkelijk dat de Chinese invloeden niet veel verder westwaarts lijken te reiken dan in Sogdische kunst. Terwijl daar de contacten met Tang China duidelijk een stempel drukten op de zilverkunst blijkt zilverwerk uit Bactrië weinig beïnvloed te zijn door Chinese stijlen. Zowel de ‘vroege’ objecten in de tentoonstelling (cat. 174 – 176) als de ‘late’ (cat. 178) wijzen veel meer op Hellenistische of Arabische invloeden dan Chinese. Opnieuw blijken bredere historische omstandigheden van groot belang voor de culturele ontwikkelingen. Terwijl Sogdië veel meer diplomatieke en economische contacten had met China dan Bactrië, was de laatste een veel belangrijker onderdeel geweest van de Hellenistische invloedssfeer. Pas vanaf de negende eeuw zouden de culturele verschillen tussen beide regio’s minder zichtbaar worden in de materiële kunst, toen Centraal Azië steeds meer Islamitisch werd.

Fig. 5: Sogdië, met Bukhara en Samarkand (Maracanda) als belangrijkste steden, en Bactrië. Sogdië omvatte een groot deel van het huidige Oezbekistan, Bactrië lag in de grensregio van Afghanistan, Tadzjikistan en Oezbekistan.

Fig. 5: Sogdië, met Bukhara en Samarkand (Maracanda) als belangrijkste steden, en Bactrië. Sogdië omvatte een groot deel van het huidige Oezbekistan, Bactrië lag in de grensregio van Afghanistan, Tadzjikistan en Oezbekistan.

Study of Crescent And Animal Motifs in Central Asia – Nadia Hamid

NadiaAbstract

Recent research has enriched our understanding of cultural diversity during the 5th to 8th centuries (pre-Islamic period) in areas of Central Asia, including Afghanistan and Pakistan. Despite this expanded body of information, the study of interaction between different sites has not been well understood.  My study investigates individual motifs in their own cultural context and the context of other sites around Central Asia. The natural surroundings of this area, and the dependency on the landscape for trade migration during the silk road period, appears to have been a vital part of the cultural milieu.  There are many examples of this, but for this research, I focus on the crescent moon and totemic motifs (animal parts like horns and wings) that are employed in a social or cultural context, such as on a coin or in a painting. I am interested in finding out why these motifs were used so widely, and why it was used in a variety of contexts. The aim of this research is to infer whether there are any connections or interactions between sites in Central Asia based on evidence that these motifs are found throughout the region.

 

Map of Central Asia including neighboring regions (Bopearchchi 1992)

Map of Central Asia including neighboring regions (Bopearchchi 1992)

 

Background

After some time researching, you realize how your original research questions might change to fit to the data you collect. In my research, I began with an idea to examine the connections between the natural landscape and iconography observed in the visual culture. These past few weeks, I have realized that this is a very broad area to study and therefore I concentrated my efforts to examine what I was consistently observing. I decided to look at crescent and totemic motifs on headdresses: crowns and tiaras. The reason for choosing headdresses as a basis of cultural context is because I observed this motif consistently; and because the implications of crowns is that there is a social and political value behind it.

Headdress with Radiate Tiara , Gold Inlay with Rubies and Sapphirres, 4th to 5th Century AD (Cribb 1992)

Headdress with Radiate Tiara , Gold Inlay with Rubies and Sapphirres, 4th to 5th Century AD (Cribb 1992)

For this endeavor, I chose to examine parts of the visual and material culture that are both a part of the Expeditie Zijderoute exhibit at the Hermitage Museum in Amsterdam, and other artifacts that have been featured in past relevant studies. I examined objects such as plates and bowls, coins and seals; As well, I examined fragment of wall paintings found in homes, temples, and funerary spaces. The diverse range of ‘things’ where, especially the crescent and animal symbols are observed suggests that these motifs that I analyzed are (1) used frequently and (2) were more than just a decorative addition to an image placed on an object. The hypothesis is that by comparing the different contexts of where these motifs occur, in what context (thing) and where is it located (place), this study can show how these set of motifs played a role in the overall social constructions of this time period.

Hermitage Catalogue featuring fragment of the Front Wall of an Ossuary, Sogdiana 7th Century AD

Hermitage Catalogue featuring fragment of the Front Wall of an Ossuary, Sogdiana 7th Century AD

I had the opportunity to interview Curator of Exhibitions, Dr. Brigit Boelens and Dr. Pavel Lurje, about the use of these motifs in the visual culture.   Both of these scholars offered vastly different opinions on my research. Lurje argued that motifs are simply decorative additions to painted scenes or sculpted objects. Boelens suggested that these motifs, especially the crescent and sun, relate to human behavior, such as good and evil. Though I may agree with Boelens that there is an inherent cosmology surrounding the use of nature-type motifs, any intangible will be perhaps part of my research once I am visiting Central Asia.   I disagree with Lurje, because though a basic observation of these motifs might conclude that they are somehow part of the “artist’s decision”, if the focus is on headdresses with these motifs, it almost inevitably develops into much more than mere decoration. I argue that the motifs used on headdresses, which relate to nature and animals, is one way to mark identity and social heirachy for groups of people who are constantly moving and who are ethnically diverse. The history of use of these motifs in visual culture also attests to its significance in Central Asia.

Reconstruction of Wall Painting in Small Ceromonial Hall in Utrushana, 8th Century AD

Reconstruction of Wall Painting in Small Ceromonial Hall in Utrushana, 8th Century AD

 

Historical Significance

Natural and animal symbols have been observed in the archaeological record of Central Asia since the Bronze Age. More than two thousand years ago, people in these regions have created images that either show an animal or natural element. These images were often painted or carved into rock. Later periods show that these same symbols were employed on coins, either in the symbolic headdresses of rulers or part of the inscription. During the 5th to the 8th century, the height of the Silk Road period, these symbols were found again on headdresses depicted on rulers and dieities on wall paintings and again, on coins and seals.

5.1

Examples of Coins. (above) Drachma of Peroz, Sasanian 5th Century A.D. (below) Dinar of Kushanshah Varakhan, 4th Century A.D.

Examples of Coins. (Left) Drachma of Peroz, Sasanian 5th Century A.D. (Right) Dinar of Kushanshah Varakhan, 4th Century A.D.

 

Results

I observed that the crescent or animal type headdress was usually found on coins. These coins are from all periods, before the 5th century, but are not observed on coins after the 8th century. The coins are made of various metal alloys and provenance.   This means that the geographic distribution of where the crescent or animal motif is found is all over sites of Central Asia, and coins that were minted out of different empires: the Sassanian, the Turk, and the Hunnish. The results of my analysis conclude that similar type headdresses were found in regions of ancient Persia to areas of Central Asia. Chinese coins do not contain depictions of rulers with these headdresses.

Imitation of Drachma of Varakhan V, Bukhara, 7th Century A.D.

Imitation of Drachma of Varakhan V, Bukhara, 7th Century A.D.

The headdress containing either crescent or totemic symbols are also observed in other contexts, mostly in wall paintings, but not limited to prestige objects. The major provenance areas for the paintings or objects are found in areas of Sogdia, Chorasmie, and further south into archaeological sites in present day Afghanistan. There are some sporadic evidence of headdresses in material culture located further east in present day China, but there was not enough data collected to prove the intensity of interaction. Thus, this study concludes that the use of the crescent type or animal type headdress is concentrated in areas of Sogdia and the Amy Darya (the Oxus River separating Uzbekistan and Afghanistan) because this where interaction between social and political groups took place the most. It is well known that Sogdia was an area with significant trade and religious activity before and after 5th century AD. In my informed opinion, the motifs of crowns were one way to market a kind of cultural or social identity. The control of these areas, by means of ‘cultural branding’, could have been one way to display power and influence in this region.

Reconstruction Drawings of Wall Painting Figures at Bamiyan, Afghanistan, 55 m Buddha Niche, 6th Century (Tarzi 1977)

Reconstruction Drawings of Wall Painting Figures at Bamiyan, Afghanistan, 55 m Buddha Niche, 6th Century (Tarzi 1977)

Dish with Royal Banquet, Sogdiana, late 8th-9th century

Dish with Royal Banquet, Sogdiana, late 8th-9th century

 

Interaction and Concluding Remarks

Aside from the stylistic comparisons that can be made by observing the different elements of each headdress type, it is the aim of this study to focus on what kind of interaction can be summated by the occurrence of similar type crowns. The interaction between the Sogdian region and elsewhere is endless. The crescent or animal type headdress is found mostly in the visual culture in sites between Sogdia and areas further south. This study concludes that north-south routes of the silk road were very important during the 5th to 8th centuries A.D.

The geography of this part of Central Asia is composed almost entirely of high altitude mountains until the plateau steppes of Sogdia.  Assuming that these headdresses are connected with the interaction of cultural groups, crowns could have been a part of people’s identity with the landscape and their own history of powerful empires. In many ways, interaction would have been necessary between Sogdia and its peripheries his because the people who lived there depended on kinship for trade and for livelihood.

The conclusion is that symbols, in this case natural and animal motifs, were not just decorative elements. Instead, headdresses may have been associated with sophisticated social and political ties, in this case between Sogdia and areas south. In the future, the connections of identity and what I have called ‘social branding’ may help piece together the cultural milieu that existed during the silk road period in Central Asia.

De dieren van de Zijderoute – Janine van Noorden

1959786_288032058015080_225123579_nIn de meeste onderzoeken over de Zijderoute wordt er veel aandacht besteed aan de belangrijke handel en weinig aandacht aan de dieren die de handel hebben mogelijk gemaakt. Terwijl de dieren een belangrijke rol spelen en vaak voorkomen op objecten in de tentoonstelling “Expeditie Zijderoute” (fig. 1). In mijn onderzoek zal ik deze dieren belichten. Hierbij bekijk ik welke culturele betekenis de dieren voor de mensen hebben gehad en nog steeds hebben.

 

Zes Kamelenfiguurtjes

Figuur 1: Zes Kamelenfiguurtjes

Hierboven ziet u het stereotype dier van een karavaan, maar niet enkel kamelen maakten de handel mogelijk, ook ezels en paarden maakten onderdeel uit van de zijderoute (fig. 2.). Kamelen zijn ideaal voor het reizen onder zware omstandigheden omdat ze 2 weken kunnen overleven zonder water te consumeren. Ook schijnt het dat ze woestijnwinden kunnen voorspellen. Maar kamelen zijn langzaam en worden meestal gebruikt voor het dragen van zware ladingen. Daarom had men meestal de voorkeur voor paarden, alhoewel deze kwetsbaarder waren voor de zware woestijnomstandigheden.

Figuur 2: Koopman met ezel en kameel

Figuur 2: Koopman met ezel en kameel

Ezels werden door de hele Zijderoute gebruikt als pakdieren, kartrekkers of rijdieren. Ondanks dat ze niet zo duur waren als kamelen of paarden, wordt hun waarde uitgedrukt in een aantal manuscripten. Figuur 3 laat een manuscript zien wat gericht is aan een overleden ezel.

Figuur 3: Manuscript aan overleden ezel

Figuur 3: Manuscript aan overleden ezel

Figuur 4 laat zien hoe kamelen waren beladen met goederen voor de Zijderoute reizen. Eerst werd er een deken gelegd om de twee bulten heen. Aan de voor en achterkant van het dekentje worden 2 licht gebogen houten panelen die deel uitmaakten van de beweegbare panels van de traditionele nomadische tent. De grote ronde zadeltassen waren gevuld met goederen en bovenop de tassen lagen rollen van zijde, potten en andere objecten. een klein aapje zit op de achterkant van de kameel.

 

Figuur 4: De manier van bepakken van een kameel

Figuur 4: De manier van bepakken van een kameel

Om achter de betekenis van de dieren te komen, ga ik de iconografie en de huidige handel in dieren bestuderen. Ik hoop veel voorbeelden te vinden waarbij duidelijk is dat dieren een speciale betekenis voor mensen hadden, zoals het manuscript in figuur 3. Uiteindelijk hoop ik op basis van mijn onderzoek een beter beeld te creëren van de betekenis en waarde van dieren rondom de zijderoute in Centraal-Azië.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.