VeraNet zoals er tegenwoordig wereldwijd muziek wordt verspreid via allerlei sociale media en het soms moeilijk is te traceren waar je dat deuntje nou ook alweer voor het eerst hoorde,  zo werd ook duizenden jaren geleden al muziek gedeeld. Door interactie met reizigers uit verschillende landen werden tijdens de tochten langs de Zijderoute melodieën en instrumenten uitgewisseld die gaandeweg steeds bekender werden in de diverse culturen en zich in verschillende vormen wortelden in de muziektradities.

Eén van de belangrijkste culturele drijfveren voor de verspreiding van muziek langs de Zijderoute was religie. Religieuze liederen en melodieën werden gebruikt om de ideeën van de godsdiensten te verkondigen. Op openbare plaatsen waar veel mensen en culturen bijeenkwamen, bijvoorbeeld op plekken waar de karavanen halt hielden en op bazaars, brachten priesters en rondtrekkende heiligen hun gezangen ten gehore. De toehoorders, waaronder pelgrims en handelaren, reisden met deze nieuw opgedane indrukken verder en verwerkten ze in hun eigen muzikale tradities. Als ik denk aan hoe de muziek zich verspreidde, stel ik me een maanverlicht karavaankamp voor waar vermoeide reizigers na hun lange tocht hun muziekinstrument uit de zadeltas haalden, zich neervlijden bij het vuur en (met elkaar) muziek begonnen te maken. Als markten de plekken waren om materiële  goederen te verhandelen, dan waren dergelijke kampen waarschijnlijk dé plek bij uitstek voor het vergaren van culturele en intellectuele goederen. Veel muziekinstrumenten waren gemakkelijk mee te nemen en leenden zich bovendien uitstekend voor andere muziekstijlen dan die van het land van herkomst. Deze flexibiliteit is onder andere te zien in de wereldwijde verspreiding van snaar- en blaasinstrumenten als de viool en fluit. Dat deze instrumenten niet beperkt waren tot één bepaalde stijl of genre hoor je zelfs nu nog terug. Denk bijvoorbeeld aan alle verschillende muziekgenres waarin de fluit en viool worden gebruikt: van vrolijke Ierse dansmuziek tot sombere klassieke dodenmarsen. Andere instrumenten komen in veel varianten en vormen voor in naburige landen en culturen. Een goed voorbeeld hiervan is de guzheng, een instrument uit de citerfamilie, bestaand uit een klankbodem (dit kan een boog, buis, plank, frame, enz. zijn) die bespannen is met een of meerdere snaren. Dergelijke citers worden bespeeld in Japan in de vorm van de koto, in China als de qin, in Korea als de kayagum, in Mongolië als de yathka en in Zuid-Siberië als de chatkan of de chatagan (zie afbeelding).

Plaatje van Vera

V.l.n.r.: de guzheng, de koto, de qin, de kayagum en de chatkan

Deze (en andere) muziekinstrumenten zijn op archeologische voorwerpen afgebeeld, ook in de tentoonstelling in de Hermitage zijn er verschillende voorbeelden van te vinden. In de komende maanden zal ik de voor mijn onderzoek relevante voorbeelden bekijken om vervolgens op locatie in Centraal-Azië te zien of en op welke manier deze instrumenten nog steeds bestaan. Mocht ik de instrumenten daadwerkelijk tegenkomen, dan wordt de droom van menig archeoloog verwezenlijkt: er wordt een directe link tussen de theorie en de praktijk gepresenteerd. Een vergelijking tussen de afgebeelde instrumenten en de realiteit kunnen duidelijkheid geven over de manier waarop de instrumenten werden gebruikt en, bovenal, over hoe ze klonken. U kunt natuurlijk meeluisteren en –kijken op de website van de Hermitage en in de tentoonstelling en ik zal bovendien (net als vroeger) de muziek van de Zijderoute met u delen, niet bij een kampvuur maar wel op dit blog.

Bent u benieuwd hoe de muziek van de Zijderoute klinkt, luister dan naar de opnames van The Silk Road Project, een geweldig initiatief onder leiding van de bekende cellist Yo-Yo Ma.

muziek_Vera

Klik op het plaatje om de muziek te beluisteren