VeraAlexander de Grote had gelijk toen hij zei dat alles wat hij gehoord had over Samarkand (voor de Grieken Marakanda) waar was, behalve dat het veel mooier was dan hij het zich had voorgesteld. De stad heeft een sprookjesachtige charme, en lijkt met haar lemen huizen en turkooizen koepels op een decor uit Duizend-en-een-nacht. Het centrum – het gebied rondom de belangrijkste monumenten – is een aantal jaren geleden opgeknapt en wordt bijna krampachtig schoongehouden. Als in een theater wordt het podiumdecor op een ontroerende manier op zijn best gepresenteerd: overal zijn oude vrouwtjes in de weer om het gras bij te houden (hetgeen ze met een normale huis-tuin-en-keukenschaar doen) en de stoep wordt dagelijks met emmers sop geboend. Achter dit toneel bevinden zich echter de coulissen: enerzijds een treurige, bijna dorpse armoede met kapotte wegen en huizen; anderzijds een aaneenschakeling van Sovjetnostalgie, maar ondanks deze enigszins deprimerende sfeer klinkt er overal muziek.

Shah-i-Zinda, de straat van mausolea, naar mijn mening de mooiste plek van Samarkand

Shah-i-Zinda, de straat van mausolea, naar mijn mening de mooiste plek van Samarkand

Aangezien ons hotel zich op een steenworp afstand bevond van het Registan (het belangrijkste monument) beperkten wij ons tot het decor. Hier was het dan ook dat ik, op weg naar een museum, op een houtgesneden podium drie jonge muzikanten ontdekte. De jongens – Alisher, Abdurazzog en Dilmurod – begin twintig, speelden traditionele muziek op hedendaagse instrumenten: een elektrische gitaar, basgitaar en viool. Ze wonen in Tasjkent en studeren daar aan het conservatorium. In de zomermaanden verdienen ze bij in Samarkand door voor toeristen in het restaurant van hun baas te spelen. Na kort aandringen wisselden ze hun standaard repertoire (de Beatles, Besame Mucho, en bekende Oezbeekse volksmuziek) in voor een aantal traditionele melodieën waarvan sommigen (volgens hen) uit de tijd van de Zijderoute stamden. Na het optreden namen ze ons mee naar een muziekwinkel waar ze ons de muziek en instrumenten van de regio lieten zien.

De traditionele muziek is in Centraal-Azië overal aanwezig, niet alleen wordt het door de oudere bevolking op straat gespeeld (zowel op de radio als eigenhandig op een instrument), ook de jongere generaties luisteren ernaar. De meest voorkomende instrumenten in Kazakhstan, Kirgizië en Oezbekistan zijn snaarinstrumenten, die op vrijwel iedere straathoek in de toeristische centra te koop zijn. Het is vooral interessant te zien hoe de luit – het populairste instrument – verschilt per land. In Kazakhstan bespeelt men de dombra, een tweesnarige luit met een lange hals. In Oezbekistan zag ik vaak de tanbur, die erg op de dombra lijkt – ook met twee snaren en een lange hals – maar anders wordt gebouwd en een iets andere vorm heeft. Het nationale instrument van Kirgizië is de komuz, een licht peervormige luit met drie snaren en een lange hals. Het leek (vooral in Kirgizië en Kazakhstan) of iedereen de luit bespeelde: zowel kinderen als ouderen, mannen als vrouwen. In de Hermitage is momenteel een dombra te zien die ik heb meegenomen uit Kazakhstan. Ik liep ermee over straat en werd voortdurend aangehouden door mensen die de luit wilden bespelen. Toen zelfs de strenge douanebeambte op de grens het instrument oppakte en er op begon te spelen, terwijl de agenten eromheen meeneurieden, besefte ik me hoezeer de muziek is ingebed in de culturen van deze regio’s en hoe één instrument de verschillende volken van dit gebied met elkaar verbindt.

V.l.n.r.: de Kazakhse dombra, de Oezbeekse tanbur en de Kirgizische komuz

V.l.n.r.: de Kazakhse dombra, de Oezbeekse tanbur en de Kirgizische komuz

Zie in de link een filmpje om de verschillen tussen de komuz en de dombra te horen. https://www.youtube.com/watch?v=2-yiVyD0wFE